
In dit artikel lees je:
Het beheert met ruim 200 schilderijen, 500 tekeningen en meer dan 800 brieven ’s werelds grootste collectie werken van Vincent van Gogh. Naast de vaste collectie biedt het museum tijdelijke tentoonstellingen over het werk en leven van Vincent van Gogh, zijn tijdgenoten en de blijvende invloed van zijn werk op moderne en hedendaagse kunstenaars.
In 2024 ontstond, op initiatief van Van Gogh Museum-conservator Joost van der Hoeven, de kans om een relatief onbekende kunstenaar te tonen die zich sterk liet inspireren door Van Gogh: Matthew Wong. De gelijkenissen gingen verder dan schilderstijl. Beide kunstenaars worstelden met hun mentale gezondheid en legden hun gedachten en gevoelens vast in brieven en dagboeken. Kunst was voor hen geen manier om zich uit te drukken, maar een noodzaak om te leven.
De tentoonstelling bracht de nodige uitdagingen met zich mee. Vrijwel niemand in Nederland kende Wong, hij had nog nooit een solotentoonstelling gehad in een Europees museum: er was dus geen publieksvraag. Hoe zorg je dan dat mensen komen?
Vanaf het begin speelde samenwerking een grote rol: curatie, educatie en marketing vormden een driehoek waarin gezamenlijk werd gewerkt aan de inhoud van de tentoonstelling en de vertaling ervan naar het publiek. Conservator Joost van der Hoeven, educator Harma van Uffelen en marketeer Corinne Jongh trokken hierin vanaf het begin samen op. Dat maakte een fundamenteel verschil.
Het marketingteam analyseerde publieksdata van het museum, zoals bezoekersdata en inzichten uit eerdere tentoonstellingen, en verdiepte zich verder in doelgroepen. Daaruit kwam één interessant inzicht over de focusdoelgroep (de Stadse Alleseter) van deze tentoonstelling. Een doelgroep van jonge stedelingen die niet zomaar komt voor een onbekende kunstenaar: ze zijn op zoek naar betekenis.
Het museum zag dat persoonlijke en emotionele verhalen structureel zorgen voor hogere betrokkenheid en een sterkere bezoekersbeleving. Extern bevestigden cijfers van het Trimbos Instituut dit beeld: bijna de helft van de volwassenen heeft te maken (gehad) met mentale gezondheidsproblemen.