Als marketeer van een culturele instelling ben je continu bezig met het vermarkten van je product. Is het niet om bezoekers binnen te halen, dan wel om beter zichtbaar te zijn of meer naamsbekendheid te creëren. Tegelijk zoeken culturele organisaties steeds meer verbinding met het bedrijfsleven. Door een aantrekkelijk aanbod en lucratieve tegenprestaties hopen culturele instellingen partijen aan zich te binden.
Het berekenen van de ‘associatiewaarde’ staat centraal in één van de trainingen van het coachingsprogramma Wijzer Werven. Wijzer Werven is een initiatief van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dat ondernemerschap bij culturele instellingen versterkt door een training- en coachingsprogramma aan te bieden.
Docent Erik Ruts geeft aan dat instellingen met de uitkomst met vertrouwen de markt op kunnen. De associatiewaarde is een bedrag in euro’s dat is gebaseerd op de merksterkte en exposure van een instelling. De formule: merksterkte (getal) x exposurewaarde (€) = associatiewaarde (€), geeft de waarde aan die een culturele instelling een sponsor te bieden heeft. Zo kwam Theater De Lievekamp er in de training achter dat de associatiewaarde €150.000,- is. Dit was in lijn met hun eigen verwachtingen. Maar wat is de onderbouwing? En hoe kom je tot deze cijfers?
Één van de twee componenten in de formule is de merksterkte van je instelling. Daar wordt de beleving en het gevoel mee bedoeld dat iemand ervaart bij de instelling. Die wordt gevoed door de onderscheidende programmering, de cultuur, de mensen, de statuur en de bekendheid die je als instelling uitdraagt. Denk maar aan het logo met de panda van WNF, dat roept bij bijna iedereen een goed gevoel op. Maar ook de professionaliteit, het werkgebied en de omvang van WNF beïnvloeden onze beeldvorming.